Diverse archeologische schatten tonen aan dat er vanaf ongeveer 3000 v. Chr., leven was op het eiland Thassos. Deze schatten zijn gevonden in de omgeving van Kastro, Theologos en aan de Macedonische kustlijn tegenover (ten noorden van) het eiland. De eerste verwijzingen naar Thassos verschenen in de Griekse mythologie. Volgens de legende heeft Thasus (de zoon van de Fenicische koning Agenora) zich daar gevestigd, toen hij op zoek was naar zijn zus Europe (die ontvoerd was door Zeus die zich in een stier had veranderd).
Hoewel het eiland ook andere namen heeft gehad (Hrisi, Heriei, Edonis, Odonis, Aithra en de Kust van Demetra) is het eiland vandaag de dag bekend onder de naam Thassos. Volgens Herodotus kwamen de Feniciƫrs naar Thassos en profiteerden zij van de natuurlijke hout en metaal voorraden op het eiland (vooral in het gebied van Kinira van 1600 v. Chr. tot 1500 n. Chr.) Tijdens de 5e eeuw v. Chr., kwam de beschaving op Thassos volledig tot ontplooiing (beeldhouden, architectuur en theater). Voor wat de sport betreft stond Thassos bekend door de onverslaanbare worstelaar (Theogenis), een Olympische worstelaar, die hier woonde. In die tijd had Thassos een bevolking van 150.000 mensen en vestingsmuren op het hele eiland. En in de hoofdstad: een Senaat, de Kantoren van Dekens, een markt en theater.
De markt (‘Agora’) in de hoofdstad Limenas
De afname van het succes van Thassos begon rond de tijd van de Perzische Oorlogen (492 v. Chr.). In 340 v. Chr. regeerde koning Philip II van Macedoniƫ over Thassos. Daarna waren de Romeinen aan de macht, tijdens hun bewind tot 330 n.Chr. Vervolgens maakte Thassos onderdeel uit van het Bizantijnse Rijk. De piraterij was een verschrikkelijk probleem voor het eiland in die tijd. Vanaf de 7e eeuw werd het probleem erger en de bewoners van het eiland begonnen dorpen te stichten in de bergen, verder van de kust.
Theater boven de stad Limenas
In 1353 A.D., veroverde Francisco Gatilouzi (Genua) het eiland. Zijn nakomelingen handhaafden tot 1455 toen Thassos door de Turken werd overgenomen. In 1813 gaf de Sultan de macht en heerschappij over het eiland over aan Mehmet Ali, vizier van Egypte. Ali, de grondlegger van de Egyptische dynastie, was geboren in Kavala en groeide op naast de familie van Theodoros Karapanayiotis in Ragoni, op Thassos. Tengevolge van zijn dankbaarheid naar deze familie, stelde Mehmet Ali het eiland vrij van het betalen van belastingen.
Ondanks dit kwamen de mensen van Thassos in opstand in 1821 onder leiding van Hatziyioryi uit Theologos. Helaas verliep deze opstand niet succesvol. In 1902 werden er op Thassos nieuwe belastingen ingevoerd. De Egyptische heerschappij maakte plaats voor Turkse heerschappij tot 1912. Sindsdien is Thassos vrij van buitenlandse heerschappij.
In het noorden van de Aegeische Zee, niet ver van Kavala en de oostkust van Macedonie ligt het eiland Thasos. ‘Als een ezelsrug verheft ons eiland zich uit zee’ zegt de lyrische dichter Archilochos ca. 650 v. Chr. Aleppo-ceders, pijnbomen, platanen, olijven, notenbomen, eiken, huist, moerbeibornen, nirtestruiken, vele soorten fruitbomen, wilde en gekweekte, struiken en aromatische planten: dit alles vormt een weelderige begroeiing. Het hele eiland is met groen overdekt, de dalen, de kloven, de vlakten, tot op de bergtoppen toe. ( Door de grote branden van 1985 en 1987 is een groot deel van de bossen in het binnenland verwoest. Inmiddels hebben de bergen weer hun vertrouwde groenen kleur gekregen. Onlangs deze branden is het grootste deel van het eiland nog steeds bosrijk). Het water stroomt overal rijkelijk, vooral in het noorden en oosten. Er zijn veel schilderachtige baaien met mooie stranden. De harmonie van hemel, zee, rotsen en bergen en groene dalen maakt Thassos tot een van de meest betoverende Griekse landschappen. Het gebergte loopt van noordwest naar zuidoost over het eiland (398km2). Er zijn steile bergen in het noorden en noordoosten, maar in het zuiden en westen is het veel lager. De top Ipsarion is 1203 m hoog. De bodem bestaat veelal uit wit marmer dat door de oude Grieken reeds werd gedolven. Van de antieke marmergroeven is vooral die bij Aliki (Alikes) in het zuidoosten indrukwekkend. Daar lag ook een belangrijke antieke nederzetting met een bekend archaisch heiligdom; het bestond uit twee bijna gelijkvormige gebouwen met een stoa aan de voorzijde. Niet ver daarvandaan vond men twee holen waarin goden vereerd werden, alsmede graven en twee vroegchristelijke basilieken.Thassos was rijk aan edele metalen, zoals zilver en goud. Volgens Herodotus lagen de mijnen aan de oostkust. De Foeniciers waren de eersten die de mineralen ontdekten en de eerste groeven openden. Volgens de overlevering kwamen de Foeniciers hier, toen zij Thassos, de zoon van Kilix (of ook Agenor of misschien zelfs Poseidon) volgden, op zoek naar de door Zeus ontvoerde Europa.
Op veel plaatsen vindt men nog antieke mijngangen. Plinius vermeldt dat er op het eiland ook edel- en halfedelstenen, zoals ametist en opaal, werden gevonden. Thassos is bewoond sedert het late neoliticum en de bronstijd. In 1969 werden in het zuiden aan de kust bij de dorpen Maries en Kastro, twee prehistorische nederzettingen met rijke en interessante vondsten opgegraven. Talloze sporen van menselijk leven vindt men uit de Oudheid en uit de Byzantijnse periode: mijnen, marmergroeven, steunmuren, terrassen, het archaische monument (dat tegelijk graf en vuurtoren was) van de archont Akeratos op Kaap Pyrgos, grafsteles, inscripties, versterkte boerenhoeven en wachttorens, fundamenten van antieke gebouwen, vroegchristelijke kerken en Byzantijnse en latere dorpen.